Doelstellingen, cijfers en feiten - Duurzaamheidsverslag 2021

Key figures

De kerncijfers in dit duurzaamheidsverslag hebben betrekking op V-ZUG AG met hoofdkantoor in Zug, V-ZUG Kühltechnik AG met hoofdkantoor in Arbon of Sulgen alsook de buitenlandse dochtermaatschappij V-ZUG (Changzhou) Special Components Co. Ltd., gelegen ten westen van Shangai. De gedetailleerde kerncijfers beslaan de periode van 2019-2021 (drie jaar). Afwijkingen worden duidelijk aangegeven en kerncijfers die niet specifiek gericht zijn op de bedrijfseenheden op de Zwitserse markt, worden als dusdanig aangeduid.

Producten en diensten voor de maatschappij van de toekomst

V-ZUG-toestellen krijgen ook in de nieuwe indeling energielabel A
Tot en met 2021 had ongeveer 97 % van de toestellen van V-ZUG het energielabel A of hoger. In maart 2021 kwam er dan met de nieuwe, significant strengere energie-efficiëntieverordening een herindeling van de energie-efficiëntieklassen voor wasautomaten, vaatwasmachines en koelkasten (2021: rechter kolom). Ook met deze herindeling verkoopt V-ZUG nog altijd ongeveer 58 % toestellen in de drie hoogste energie-efficiëntieklassen (A-C), en dat is voor de sector van de huishoudapparatuur een zeer goede score. Daarnaast zijn er toestelcategorieën die geen energielabel hebben (bv. kookplaten, microgolfovens). Deze toestellen maken ongeveer 18 % uit van alle door ons geleverde toestellen.

 

Afb. 4: Geleverde toestellen met energielabel

 

Wij onderzoeken de oorzaak van storingen uiterst grondig
Voorheen gebruikten wij het storingspercentage om onze kwaliteit te beoordelen, maar dit werd vervangen door de veel krachtigere 'storingsscore' die de storingen van alle geïnstalleerde toestellen tot aan het einde van hun levensduur in de berekening meeneemt. Dit geïndexeerde kerncijfer beoordeelt de kwaliteit op lange termijn en kon steeds worden afgetopt op 76,5 % ten opzichte van het basisjaar 2015. Elke keer als er een onderhoudsmonteur van V-ZUG AG werd opgeroepen voor een toestel met storing, ging de monteur op zoek naar de oorzaak, stelde een diagnose op en verhielp de storing. De storingen worden via het Product Quality Monitoring gemonitord, geëvalueerd en doelgericht verwerkt. 

Afb.5: Storingsscore voor Zwitserland (geïndexeerd op het basisjaar 2015)

Het aantal storingen dat bij een eerste interventie definitief wordt verholpen, blijft ook dit jaar zeer hoog
Ook in 2021 werd een bijzonder mooi percentage storingen met één interventie verholpen: 90,9 % ten opzichte van 91,4 % in 2020. Als er een storing optreedt, willen wij snel ter plaatse zijn en het probleem, indien het kan, al bij onze eerste interventie verhelpen. Wij vinden het heel belangrijk voor onze klanten dat we al bij de eerste interventie het probleem oplossen. Precies omdat wij dit zo belangrijk vinden, volgen wij continu trainingen en trachten wij consequent de afzonderlijke stappen in het proces te verbeteren en de servicemonteurs nauw te betrekken bij de ontwikkelingsprojecten.

 

Afb. 6: % onmiddellijke probleemverhelping (Zwitserland)

Ondanks de langere responstijd blijven onze klanten tevreden
De pandemie en de bijbehorende coronamaatregelen ter bescherming van de medewerkers en de klanten waren een heuse uitdaging voor onze servicemonteurs tijdens hun interventies bij de klant. Door de veiligheidsmaatregelen zoals preventieve quarantaine en de bescherming van risicopersonen kampten we steeds opnieuw met personeelstekorten. Dit resulteerde in responstijden die langer waren dan gemiddeld. Tot onze grote vreugde bleek uit de klantentevredenheidsenquêtes dat de klanten toch positief bleven over onze dienstverlening. Ook dit jaar maten wij onze klantentevredenheid via de Net Promoter Score (NPS). In 2021 bereikten we een NPS-score van +80. Dit cijfer reflecteert de tevredenheid van onze klanten over onze producten en services. Telkens als wij een interventie bij onze klanten deden, vroegen wij hen meteen naar hun tevredenheid over de prestaties.

 

Afb. 7: Gemiddelde responstijd uitgedrukt in dagen (Zwitserland)

Gezonde en toegewijde medewerkers

Deeltijds werken is zeer geliefd
85 % van onze medewerkers werkt voltijds. Het aantal parttimers blijft vrij stabiel. Deeltijds werken is een thema dat nog steeds op tafel blijft komen tijdens sollicitatiegesprekken en ook intern krijgen wij vaak de vraag om deeltijds te mogen werken. V-ZUG tracht zoveel mogelijk tegemoet te komen aan die vraag, want veranderende levensomstandigheden en de levensfase waarin de persoon zich bevindt, vergen nu eenmaal een andere tijdsindeling tussen werk en privé.
 

Afb. 9: Medewerkers met pensioen  

Opnieuw meer vrouwen in de hogere leidinggevende functies
Het aandeel vrouwen in een hogere leidinggevende functie bij V-ZUG is de afgelopen jaren continu gestegen. Het percentage heeft betrekking op het totale aandeel vrouwen in de raad van bestuur (VR), de directie (GL) en kaderfuncties van niveau 1. De directie bestaat sinds augustus 2021 uit nieuwe kaderleden voor de marketingafdeling: twee vrouwen en zes mannen. De cijfers van de raad van bestuur hebben betrekking op de V-ZUG Holding AG in juni 2020. In 2022 worden de directieniveaus opnieuw gedefinieerd en dat wordt in het duurzaamheidsverslag van 2022 toegelicht.

 

Afb. 10: Vrouwen in leidinggevende functies 

Het fluctuatiepercentage is licht gestegen
In 2021 verwelkomden wij bij V-ZUG 258 nieuwe medewerkers. In diezelfde periode namen wij afscheid van 218 personen. Dat komt overeen met een fluctuatiepercentage (exclusief pensioenen en leerjongeren) van 12,5 % en een toename van 1,3 procentpunten ten opzichte van 2020. Het waren vooral arbeidscontracten van bepaalde duur die in 2021 tot hun einde kwamen, die de stijging van het fluctuatiepercentage verklaren.

 

Afb. 11: Fluctuatiepercentage

De belangrijkste oorzaak van uitval is ziekte
Ziekte was de meest voorkomende oorzaak van afwezigheden (82 %). Het percentage niet-gewerkte uren in 2021 bedraagt 3,8 % en is in vergelijking met vorig jaar 0,3 % gestegen. Dit is te wijten aan een toename van het aantal beroepsongevallen met een langdurig herstel door letsels aan kwetsbare lichaamsdelen (bijv. gewrichten in handen en voeten). 10 % van de niet-gewerkte uren kwam in 2021 door ongevallen in de vrije tijd (2020: 11 %). Voor de pandemie was dat cijfer ongeveer 15 %. Deze positieve ontwikkeling heeft volgens ons te maken met de beperkte sportieve activiteiten tijdens de lockdowns.
 

Afb. 12: Uitvalpercentage onderverdeeld volgens oorzaak

Ook kleine ongevallen leiden tot niet-gewerkte uren
In het jaar waarop dit verslag betrekking heeft, registreerde V-ZUG 89 werkongevallen. Dat komt neer op ca. 9500 niet-gewerkte uren, d.w.z. 0,27 % van het totaalaantal te werken uren (2020: 0,20 %). Ongeveer de helft daarvan kon worden beschouwd als kleine ongevallen (bijv. snijwonden of verstuikingen) met een afwezigheid van minder dan drie dagen. Veiligheid op de werkvloer blijft daarom een issue. Wij treffen doelgerichte maatregelen en instrueren en trainen onze leidinggevenden en medewerkers om hen bewust te maken van de gevaren op de werkvloer en hen beter inzicht te geven in hun eigen verantwoordelijkheid.
 

Afb. 13: Percentage niet-gewerkte uren veroorzaakt door werkongevallen

Milieu- en klimaatbescherming

Geen essentiële stijging van de CO2-uitstoot ondanks de verdubbeling van productiegebouwen en -processen
De rechtstreekse en onrechtstreeks CO2-uitstoot van V-ZUG bedroeg in 2021 circa 4600 ton CO2. Dat ligt in lijn met de cijfers van de vorige jaren. De lichte stijging van 2 % tegenover 2020 is te wijten aan het verhoogde gebruik van aardgas in Zug (in de Zephyr-hangar werd de oppervlaktetechnologie in gebruik genomen en de hangar deed meteen ook dienst als testbedrijf voor de nieuwe installatie; tegelijkertijd werd het aardgas ook gebruikt voor de emaileerovens en de gebouwen). De stapsgewijze inbedrijfstelling van de productiesite in Sulgen die helemaal in het teken van energie-efficiëntie staat, terwijl tegelijkertijd in Arbon werd geproduceerd, had geen grote invloed op de CO2-uitstoot.

Voor de productiesite in Zug wordt al sinds jaar en dag volledig ingezet op waterenergie om de transitie naar hernieuwbare energiebronnen te stimuleren. Hiervoor wordt de CO2-uitstoot vastgelegd aan de hand van een bewijs van oorsprong ('market-based', overeenkomstig de voorschriften van het GHG-Protocol). De toegepaste emissiefactor bestaat uit directe (scope 2) en indirecte (scope 3) emissies. Om te kunnen vergelijken, worden in de GRI-index ook de emissies van de aangewende stroombron ('location-based’) aangegeven, gebaseerd op de berekeningsmethode van de Universiteit van Genève. Deze methode maakt gebruik van een model met reële marktgegevens voor de Zwitserse markt en een geaggregeerd lastprofiel per uur voor de site in Zug. Deze vergelijking is nuttig voor de besprekingen over de bekende discrepantie van aangekochte en effectief gebruikte stroom.
 

Afb. 16: CO2-uitstoot (in ton CO2)

Slechts licht verhoogd energieverbruik in absolute cijfers ondanks de groei en de transformatie
In 2021 bedroeg het absolute energieverbruik bij V-ZUG 117,4 terajoule: elektriciteit (43,3 %), aardgas (29,7 %), biogas (0,03 %), stookolie (6,5 %) en daarnaast voor ons voertuigpark diesel (20,5 %) en benzine (0,02 %). Vergeleken met 2020 is het energieverbruik om bovenvermelde redenen licht gestegen (+3,7 %). Dit had ook te maken met het feit dat er vanaf 2021 zowel in Arbon als Sulgen een fabriek draaide.

 

Afb. 17: Energieverbruik bij V-ZUG volgens energiebron (in terajoule)

Ondernemerschap voor een duurzame welvaart

Daling van het aantal leveranciersaudits ten gevolge van de COVID-19-pandemie
V-ZUG voert regelmatig audits uit bij zijn leveranciers. Gezien de verscherpte toegangsregels bij onze toeleveranciers en de reisbeperkingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie zijn er in 2020 en 2021 aanzienlijk minder auditcontroles geweest.
 

Afb. 20: Aantal leveranciersaudits met maatschappelijke en milieugerelateerde criteria

Downloads